Zywa Stiekem bezoek

Ik lig hier, niet aan de beademing
Er staat een beetje wind
ik krijg te weinig lucht

om te praten, geen energie
Mijn lichaam is in de weer
om het virus uit te schakelen

Ik heb nergens fut voor
niet eens zin in nootjes
of bonbons, slapen wil ik wel

En uitgerust wakker worden
In bed naast jou. Ik draaf door
Ik ga pas slapen wanneer jij weg bent

Er zijn maar weinig kleuren, hoge sluiers
geen onweer in de lucht, geen vogels
Van bovenaf zie ik ons liggen

Onze adem gaat precies gelijk
Vijf meter van elkaar, we zijn
niet echt in overtreding

Jouw vogeltje heb ik nog niet gevangen

Gedicht 4563
Amsterdam, 2022-06-29

Afstand houden om besmetting te voorkomen
"Il Decameron" (Boccaccio, anno 1353), 5de dag, 4de verhaal: Caterina mag vanwege de warmte op het balkon slapen, waar ze luistert naar de nachtegaal; 's ochtends ziet haar vader Lizio haar naakt bij haar vriend Ricciardo liggen, met zijn nachtegaal in haar hand; Lizio roept zijn vrouw om haar te laten zien wat voor vogeltje Caterina gevangen heeft
uccello = vogel, usignolo = nachtegaal
Pier Paolo Pasolini verfilmde dit verhaal in 1971

Bundel: Debuteren moet je leren 
Trefwoord: Liefde: verliefd 
Trefwoord: Covid-19^ 
Opgedragen aan: Maria Godschalk 

Zywa A furtive visit

Here I lie, no respiratory mask
There is a little wind
I get too little air

to talk, no energy
My body is busy
eliminating the virus

I have no strength for anything
don't even fancy nuts or chocolates
just sleep, I would like to sleep

And wake up well rested
In bed next to you. I go too far
I'll only go to sleep after you have left

There are few colours, high veils
no thunderstorm in the air, no birds
From above I see us lying

Our breath is exactly the same
Five meters apart, we are
not really trespassing

I haven't caught your little bird yet

Poem 4564
Amsterdam, 2022-06-29

Collection: It takes a lot of tries to make a dĂ©but 
Keyword: Love: in love 
Keyword: Covid-19^ 
Dedicated to: Maria Godschalk 

Zywa Heimlicher Besuch

Hier liege ich, keine Beatmungsmaske
Es gibt einen kleinen Wind
ich bekomme zu wenig Luft

um zu reden, keine Energie
Mein Körper ist damit beschÀftigt
das Virus zu beseitigen

Ich habe keine Kraft fĂŒr irgendetwas
nicht einmal Lust auf NĂŒsse
oder Pralinen, schlafen möchte ich schon

Und ausgeruht aufwachen. Im Bett
neben dir. Ich gehe durch. Ich werde erst
schlafen gehen, nachdem du gegangen bist

Es gibt nur wenige Farben, hohe Schleier
kein Gewitter in der Luft, keine Vögel
Von oben sehe ich uns liegen

Wir atmen genau gleichzeitig
FĂŒnf Meter voneinander
nicht wirklich eine Übertretung

Dein Vögelchen habe ich noch nicht ergriffen

Gedicht 4565
Amsterdam, 2022-06-29

Band: Debutieren muß man ĂŒben 
Stichwort: Liebe: Verliebt 
Stichwort: Covid-19^ 
Gewidmet: Maria Godschalk 
Zywa
GroepTerug5-7-5
PenseelPuimPuinRegenLiefdes
VerdichtTrekvogelsAlsloosFoto